Alleen Nederland en Cyprus zitten al boven het maximum dat hun stroomnet kan verwerken aan zonnestroom, blijkt uit een nieuwe Europese studie.
Nederland heeft al meer zonnepanelen geïnstalleerd dan het stroomnet ooit structureel kan verwerken. Dat blijkt uit een net gepubliceerd, peer-reviewed onderzoek van energie-onderzoeker Hassan Gholami (Multiconsult / Universiteit van Stavanger), verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Land. Van de 38 onderzochte Europese landen zijn Nederland en Cyprus de enige twee die nu al boven het niveau zitten waarop hun net de zonnestroom op ieder moment van het jaar kan opnemen.
Wat het onderzoek precies meet
Gholami gebruikte uurlijkse elektriciteitsvraagdata van ENTSO-E (de Europese koepel van netbeheerders) en combineerde die met simulaties van zonneproductie (PVsyst) per land. Daaruit berekende hij de “maximaal haalbare capaciteit”: het grootste park aan zonnepanelen waarvan de opwek nooit, ook niet op het felste zonuur van het jaar, boven de landelijke elektriciteitsvraag uitkomt. Dat is een strengere maatstaf dan de jaargemiddelden die eerdere studies vaak gebruikten, en die de werkelijke pieken onderschatten.
Voor Nederland komt die grens uit op ongeveer 18,6 gigawattpiek (GWp). Volgens de meest recente monitoring van RVO stond er eind 2024 echter al 28,62 GWp aan zonnepanelen op Nederlandse daken en velden, ruim 50% boven de berekende grens, en dat aantal is sindsdien alleen maar verder gegroeid. Zuid-Europese landen als Spanje, Portugal en Griekenland kunnen dankzij sterkere en constantere instraling verhoudingsgewijs veel meer zon verwerken (24-27% van hun stroomvraag) dan Nederland (17-18%).
Waarom Nederland vooroploopt, en niet in positieve zin
Dat Nederland als een van de weinige landen al over de grens zit, is geen verrassing voor wie de discussie over netcongestie al volgt: relatief weinig zonuren, geconcentreerd rond de middag in het voor- en najaar, gecombineerd met een van de hoogste dichtheden aan zonnepanelen per hoofd van de bevolking in Europa. Het gevolg is dat op zonnige lentedagen de opwek soms harder groeit dan de vraag kan bijbenen.
Wat betekent dit voor jou als zonnepaneeleigenaar
Concreet gevolg: hoe voller het net al zit, hoe vaker omvormers worden afgeknepen (curtailment) en hoe minder een teruggeleverde kilowattuur waard wordt, zeker nu de salderingsregeling eind 2026 stopt. De onderzoekers noemen drie manieren om de druk te verlichten: meer batterijopslag, slimmer sturen van vraag (bijvoorbeeld een warmtepomp of laadpaal die juist overdag stroom gebruikt) en gebouwgeïntegreerde zonnepanelen die de opwek beter spreiden. Voor de gemiddelde huiseigenaar komt dat neer op hetzelfde advies dat op Evergroen al vaker terugkomt: eigen verbruik wordt belangrijker dan terugleveren. Een thuisbatterij die overdag opgeladen zonnestroom ’s avonds inzet, ontlast niet alleen je eigen portemonnee maar ook het net. Wie nog moet beslissen of zonnepanelen met batterij de moeite waard zijn, kan met de terugverdientijd-calculator doorrekenen wat een realistisch scenario oplevert, en in het prijsoverzicht thuisbatterijen zien welke modellen daarbij passen.
Bron: Hassan Gholami, “Assessment of Solar Energy Capacity Across Europe: Comparative Analysis of Production and Consumption Data”, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Land (juni 2026); installatiecijfer Nederland via de monitor zonne-energie van RVO.nl (peildatum 31 december 2024).



