Bijna een derde van de ISDE-subsidie ging in 2024 naar huishoudens met een inkomen boven de € 100.000, blijkt uit Kamervragen.
Wie de afgelopen jaren zonnepanelen, een warmtepomp of een elektrische auto aanschafte met subsidie, had een bovengemiddelde kans op een dikke portemonnee. Dat erkent het kabinet zelf in een set kamervragen die op 25 augustus 2026 zijn beantwoord: bijna een derde van de toegekende ISDE-subsidie in 2024 ging naar huishoudens met een verzamelinkomen boven de € 100.000.
De cijfers achter de discussie
Kamerlid Heutink (Groep Markuszower) stelde de vragen naar aanleiding van een studie van het Centraal Planbureau (CPB) over de inkomenseffecten van stijgende energie- en brandstofprijzen. Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) bevestigt in haar antwoord dat het CPB gelijk heeft: huishoudens tot modaal die relatief veel gas verbruiken of veel kilometers rijden, kunnen er in een ongunstig scenario tot 6% van hun besteedbaar inkomen op achteruitgaan.
Tegelijk blijkt uit cijfers van het CBS over 2024 dat verduurzamingssubsidies voor woningen tot dusver ongelijk verdeeld waren:
- 29,4% van alle toegekende woningsubsidies kwam terecht bij huishoudens met een verzamelinkomen boven de € 100.000.
- Bij de ISDE specifiek lag dat aandeel nog hoger: ongeveer 33%.
- Het belastingvoordeel via de salderingsregeling voor zonnepanelen vertegenwoordigt in 2026 een budgettair belang van € 609 miljoen, grotendeels ten gunste van huizenbezitters die al konden investeren.
Wie blijft er dan achter?
De achterblijvende groep is niet klein. Volgens dezelfde cijfers hadden in 2024 ongeveer 241.000 huishoudens (2,9% van alle huishoudens) zowel een laag inkomen als een slecht geïsoleerde woning. De bredere groep in energiearmoede telde ongeveer 510.000 huishoudens (6,1%), waarvan bijna drie kwart (74,6%) in een corporatiewoning woont, 17,2% in een andere huurwoning en 8,1% in een koopwoning.
Voor deze groep is een eigen zonnepanelen-investering of een warmtepomp vaak simpelweg niet haalbaar, ook niet met subsidie: de aanschafkosten moeten eerst voorgeschoten worden, en bij huurwoningen ligt de beslissing bovendien bij de verhuurder.
Wat het kabinet zegt te gaan doen
De minister wijst op een aantal gerichte maatregelen die de ongelijkheid moeten verkleinen:
- Het Nationaal Warmtefonds verstrekt leningen tegen 0% rente aan huishoudens met een inkomen tot € 60.000; ruim de helft van de particuliere leningnemers valt inmiddels in die groep.
- Via het Nationaal Isolatieprogramma en gemeenten krijgen huishoudens met een slecht geïsoleerde woning aanvullende subsidies, energiecoaches en begeleiding.
- De onbelaste reiskostenvergoeding gaat met terugwerkende kracht voor heel 2026 omhoog van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.
- Een inruilregeling voor oude fossiele auto's voor huishoudens met lagere (midden)inkomens wordt versneld naar het vierde kwartaal van 2026.
- In het voorjaar van 2027 komt een bredere herziening van het energie- en klimaatbeleid, waarin het kabinet zegt ook te kijken naar de gevolgen voor kwetsbare huishoudens.
Een aparte subsidie voor de thuisbatterij zelf komt er vooralsnog niet: die blijft dus voor huishoudens die de aanschafprijs uit eigen middelen kunnen betalen, of met een lening zoals via het Warmtefonds.
Wat betekent dit voor jou?
Voor wie nu al spaart voor zonnepanelen of een warmtepomp verandert er in de praktijk weinig: de bestaande regelingen (ISDE, 0%-btw op zonnepanelen, het Warmtefonds) blijven gewoon lopen. Wel is het goed om te weten dat de politieke druk om die regelingen eerlijker te maken toeneemt, en dat een bredere beleidsherziening voor 2027 op de rol staat. Wie een lager inkomen heeft en twijfelt of verduurzaming haalbaar is, doet er goed aan om eerst bij de gemeente of het Nationaal Warmtefonds te informeren naar de voorwaarden voor een lening tegen 0% rente, vóór de aanschaf van apparatuur.
Bron: Tweede Kamer, beantwoording Kamervragen van het lid Heutink over energieprijzen en verduurzamingssubsidies (document 2026D39242, ontvangen 25 augustus 2026), met cijfers van CBS en CPB.



