In de eerste helft van 2026 kwamen er 56.279 nieuwe zonnepaneelinstallaties bij, 39% minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Juni was wel de sterkste maand van het jaar.
De daling van nieuwe zonnepaneelinstallaties die het CBS eerder over heel 2025 rapporteerde, zet door. In de eerste helft van 2026 registreerden Nederlandse netbeheerders 56.279 nieuwe zonnepaneelsystemen, blijkt uit het gezamenlijke CERES-register. Dat is 39 procent minder dan in dezelfde periode van 2025, toen er nog 92.616 installaties werden aangemeld. Vergeleken met de tweede helft van 2025 is de daling milder: 16 procent.
De cijfers op een rij
- Gemiddeld 9.380 nieuwe installaties per maand in H1 2026
- In totaal 333,2 megawatt aan nieuw omvormervermogen bijgeplaatst
- Juni was de sterkste maand van het jaar met 10.649 installaties, na 8.991 in mei
- Landelijk staat de teller nu op ruim 3,34 miljoen installaties en 19,6 gigawatt aan cumulatief omvormervermogen (stand eind mei)
Let op: dit is een andere meetmethode dan de CBS-jaarcijfers, die het paneelvermogen tellen in plaats van het omvormervermogen dat hier via de netbeheerders wordt geregistreerd. Vergelijk daarom vooral de trend (daling zet door) en niet de absolute totalen tussen beide bronnen. Netbeheerders schatten bovendien dat ongeveer 10 procent van alle installaties buiten deze registratie blijft.
Zet de trend door, dan wordt 2026 het rustigste jaar in tijden
Trekt het tempo van de eerste helft door naar de rest van het jaar, dan komt 2026 uit op ongeveer 110.000 nieuwe installaties. Dat zou fors lager zijn dan de piekjaren van enkele jaren terug, maar in lijn met de daling die het CBS al over 2025 signaleerde (146.056 nieuwe systemen, 56% minder vermogen dan in 2024).
De verklaring blijft grotendeels dezelfde als vorig jaar:
- Netcongestie remt vooral grotere, zakelijke installaties af in gebieden waar het net vol zit.
- Onzekerheid over de salderingsregeling, die per 1 januari 2027 verdwijnt, maakt een deel van de consumenten afwachtend, ook al is die twijfel financieel gezien vaak niet nodig.
- Marktverzadiging op de makkelijkste daken. Na jaren van snelle groei zijn de voor de hand liggende zuidgerichte daken zonder schaduw grotendeels al voorzien van panelen.
Kleinere systemen, maar het grootste deel van de markt
Van de 56.279 nieuwe installaties in H1 2026 vielen er 40.720 onder de 5 kW, goed voor 50,3 MW aan vermogen: typisch de omvang voor een gemiddelde eengezinswoning. Daarnaast kwamen er 12.854 installaties bij tussen 5 en 15 kW, en 2.705 in het segment 15 kW tot 1 MW. Het overgrote deel van de nieuwe aanmeldingen blijft dus, net als voorgaande jaren, residentieel.
Lonen zonnepanelen dan nog?
Voor de meeste daken wel. De terugverdientijd van zonnepanelen ligt in 2026 gemiddeld op 6 tot 9 jaar, mits je minstens 30 procent van je eigen opwek zelf verbruikt, en panelen gaan doorgaans 25 jaar of langer mee. Twijfel je door het wegvallen van de saldering? Reken dan je eigen situatie door met de terugverdientijd-calculator. En overweeg, zeker als je merkt dat je veel stroom teruglevert op zonnige momenten, een thuisbatterij om zelf opgewekte stroom ’s avonds te gebruiken in plaats van tegen een laag tarief terug te leveren. Precies die combinatie, minder nieuwe zonnepanelen maar veel meer thuisbatterijen, is ook in de eigen halfjaarcijfers van de netbeheerders zichtbaar.
Bron: Solar & Storage Magazine, 4 juli 2026, op basis van het CERES-register van de gezamenlijke Nederlandse netbeheerders.



