Het kabinet voert een capaciteitsmarkt in: stroomleveranciers worden betaald om beschikbaar te blijven. De kosten gaan via nettarieven naar huishoudens.
De ministerraad heeft op 19 juni 2026 besloten een capaciteitsmarkt in te voeren voor elektriciteit. Het doel: voorkomen dat Nederland vanaf 2028 te maken krijgt met stroomtekorten. De kosten worden via de nettarieven doorberekend aan alle stroomgebruikers, maar de maatregel maakt flexibiliteit, en daarmee ook thuisbatterijen, op termijn waardevoller.
Waarom een capaciteitsmarkt?
Nederland schakelt in hoog tempo over van fossiel naar hernieuwbaar. Zonnepanelen en windmolens leveren steeds meer stroom, maar ze zijn afhankelijk van het weer: geen zon en geen wind betekent geen opwek. Tegelijk sluiten conventionele gas- en kolencentrales, omdat ze niet rendabel genoeg meer zijn in een markt met veel goedkope hernieuwbare stroom.
Netbeheerder TenneT waarschuwde begin juni dat Nederland al rond 2028 onder de wettelijke norm voor stroomzekerheid kan zakken. Die norm stelt dat er maximaal 4 uur per jaar onvoldoende stroom beschikbaar mag zijn. Eerder werd dat risico pas rond 2030 verwacht, maar de snelle elektrificatie van huishoudens (warmtepompen, laadpalen) en industrie trekt het knelpunt naar voren.
Hoe werkt het?
In een capaciteitsmarkt krijgen aanbieders van stroom of flexibiliteit niet alleen betaald voor de stroom die ze daadwerkelijk leveren, maar ook voor het beschikbaar houden van vermogen. Denk aan een gascentrale die weinig draait maar wel paraat staat voor schaarste-uren, of een groot batterijsysteem dat snel kan inspringen bij een tekort.
De eerste veiling is gepland in 2028. Het mechanisme moet operationeel zijn voor de winter van 2029-2030, het moment waarop TenneT de grootste risico’s ziet. Landen als Belgie, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben al vergelijkbare systemen.
Wat kost het jou?
De kosten worden via de nettarieven doorberekend aan alle eindgebruikers: huishoudens en bedrijven. Het exacte bedrag per huishouden is nog niet vastgesteld; dat hangt af van de veilingprijzen en de hoeveelheid capaciteit die nodig is. Branchevereniging VEMW waarschuwt dat het mechanisme het financiele risico verschuift van investeerders naar consumenten: je betaalt mee voor de zekerheid dat er altijd genoeg stroom is.
De nettarieven stijgen de komende jaren sowieso al door investeringen in netverzwaring tegen netcongestie. De ACM schatte eerder dat nettarieven voor huishoudens tot 2050 kunnen stijgen van circa €250 naar €600 tot €800 per jaar. De capaciteitsmarkt komt daar bovenop, al is het aandeel daarvan nog onduidelijk.
De kans: thuisbatterij als flexibele stroombron
De capaciteitsmarkt is technologieneutraal: gascentrales, batterijsystemen en aanbieders van vraagsturing mogen allemaal deelnemen. Voor grote batterijsystemen is dat direct relevant. Voor thuisbatterijen loopt de route via Virtual Power Plants (VPP’s): aggregators die honderden of duizenden thuisbatterijen bundelen tot een virtuele krachtcentrale die als geheel meedoet op flexibiliteitsmarkten.
Sommige thuisbatterijmerken bieden al VPP-functionaliteit aan. De opbrengst via de huidige onbalans- en FCR-markten wordt geschat op €100 tot €300 per jaar voor een batterij van 5 tot 10 kWh. De capaciteitsmarkt vergroot de vraag naar flexibiliteit, wat de waarde van die deelname op termijn kan verhogen.
Wat kun je nu doen?
De capaciteitsmarkt draait pas in 2029-2030. Maar de onderliggende boodschap is helder: flexibiliteit wordt steeds waardevoller. Hoe meer je je eigen stroomverbruik kunt sturen en opslaan, hoe beter je uit bent. Dat geldt voor slim laden, voor het verschuiven van verbruik naar zonne-uren, en voor het opslaan van zonnestroom in een thuisbatterij.
Overweeg je opslag? Vergelijk de actuele modellen en prijzen in onze prijsvergelijking, of bereken je optimale capaciteit met de thuisbatterij-calculator.
Bronnen: NOS, 10 juni 2026; Energie-Nederland, 19 juni 2026.



